België test in primeur sorteertechnologie die snackverpakkingen omzet in nieuwe voedselverpakkingen

Foto: Fost Plus / HolyGrail 2030
België start als eerste land in Europa een grootschalige test om chipszakjes, koekjesverpakkingen, snackverpakkingen en plastic folies die via de PMD-zak worden ingezameld, te kunnen recycleren tot nieuwe voedselverpakkingen. Voor het project werken onder meer voedingsbedrijven Mondelēz International, Ferrero, PepsiCo en Pladis samen met Fost Plus, de organisatie die instaat voor de recyclage en het hergebruik van verpakkingsafval in België. Dankzij onmerkbare digitale watermerken op de verpakkingen kunnen sorteermachines flexibele voedselverpakkingen, zoals chipszakjes of koekjeswrappers, onderscheiden van non-food verpakkingen, zoals een plastic omverpakking van luiers. Die geavanceerde sortering kan de Europese doelstelling dichterbij brengen om vanaf 2030 minstens tien procent gerecycleerd plastic te verwerken in bepaalde plastic voedselverpakkingen.
Als consument zullen we het niet meteen merken, maar op de verpakking van enkele snacks staat voortaan een onzichtbaar digitaal watermerk. Dat kan volgens Fost Plus een groot verschil maken in de sortering en recyclage van voedselverpakkingen. “Het is vergelijkbaar met een QR-code die niet zichtbaar is met het blote oog en info bevat over wat in de verpakking heeft gezeten”, legt Philippe Gendebien, business innovation manager bij Fost Plus uit. “Wanneer een verpakking via de PMD-zak in een sorteercentrum terechtkomt, kunnen camera’s op de sorteerlijn die code uitlezen en de verpakking automatisch naar de juiste afvalstroom sturen. Met andere woorden, terwijl we vandaag al verpakkingen in zestien materiaalstromen sorteren, kunnen we met deze technologie een extra stap toevoegen door ook een onderscheid te maken tussen food- en non-foodverpakkingen.”
Dat onderscheid is nodig, want om de voedselveiligheid te kunnen garanderen, bestaan er strenge regels voor het gebruik van gerecycleerd plastic in voedselverpakkingen. Tot op vandaag mag enkel gerecycleerd PET, zoals van plastic drankflessen of plastic schaaltjes, worden gebruikt om opnieuw voedselverpakkingen te maken, via klassieke mechanische recyclage. “De reden daarvoor is dat minstens 95 procent van de gesorteerde PET-verpakkingen uit de PMD-zak oorspronkelijk ook voedselverpakkingen waren, waardoor het gerecycleerde plastic dat daar uit wordt gemaakt ook voedselveilig is”, zegt Philippe Gendebien. “Voor flexibele verpakkingen zoals zakjes, folies en films was dat tot dusver veel moeilijker omdat de huidige technologie in de sorteercentra geen onderscheid kan maken tussen flexibele verpakkingen waar voeding in heeft gezeten en verpakkingen van non-foodproducten. Door die extra stap met digitale watermerken toe te voegen, streven we ernaar de kringloop te helpen sluiten en ook van chipszakjes en koekjeswrappers opnieuw voedselverpakkingen te maken.”
De technologie wordt getest binnen HolyGrail 2030 – Circular Packaging Consortium programme, een consortium van zo’n 75 lokale, Europese en internationale bedrijven en organisaties, gecoördineerd door AIM (European Brands Association). Samen onderzoeken ze het potentieel van geavanceerde sortering met digitale watermerken in combinatie met nieuwe recyclagetechnologieën.
In ons land worden de sorteertesten geleid door Fost Plus. Zo vertrekken de gesorteerde balen folie uit België naar het sorteercentrum van het Duitse Hündgen Entsorgung, dat met speciale hogeresolutiecamera’s is uitgerust om de digitale watermerken te detecteren dankzij technologie ontwikkeld door Digimarc en Pellenc ST. Het is meteen de eerste nationale test in Europa met flexibele post-consumer verpakkingen.
Het initiatief kadert binnen de ambities van de nieuwe Europese ‘Packaging and Packaging Waste Regulation’-wetgeving (PPWR), die oplegt dat plastic voedselverpakkingen vanaf 2030 minimaal tien procent gerecycleerd materiaal moeten bevatten.
“België is vandaag al een voortrekker op het vlak van verpakkingsrecyclage. Met HolyGrail 2030 – Circular Packaging zetten we opnieuw een stap vooruit”, besluit Philippe Gendebien. “We testen de technologie niet in een laboratorium, maar met verpakkingen die consumenten effectief gebruiken en weggooien. Alleen zo weten we of ze ook werkt in de realiteit, waar verpakkingen geplooid, beschadigd of vervuild kunnen zijn. Als de test succesvol blijkt, creëert dat nieuwe mogelijkheden om de Europese doelstellingen rond gerecycleerd materiaal in voedselverpakkingen te helpen realiseren en de Belgische recyclageketen verder te versterken.”
De recyclagetesten om voedselveilig gerecycleerd materiaal te bekomen, starten nog eind 2026.