Welk fleet management systeem heeft toekomst?

Foto: Safelog
Wagenparkbeheer op basis van een interface zoals VDA 5050 maakt het mogelijk automatisch geleide voertuigen van verschillende fabrikanten gezamenlijk aan te sturen. Maar voor efficiënt wagenparkbeheer is een centraal besturingssysteem niet altijd noodzakelijk. Veel hangt af van de specifieke toepassing, de proceseisen en de strategie van het bedrijf in kwestie. Als er bijvoorbeeld zelfrijdende transportvoertuigen van een enkele fabrikant worden ingezet voor het eenvoudige vervoer van dozen of pallets, kunnen deze ook zonder centraal besturingssysteem goed met elkaar communiceren. Safelog, fabrikant van mobiele transportrobots, laat a.h.v. drie verschillende scenario’s zien wanneer welke oplossing zinvol is.
Mobiele transportrobots zonder centraal besturingssysteem
Fabrikanten zoals Safelog bieden mobiele transportrobots in verschillende maten aan, afgestemd op specifieke toepassingen. Het op agents gebaseerde besturingssysteem moet een kostenefficiënte werking mogelijk maken, zelfs bij een klein aantal voertuigen. De communicatie tussen de apparaten verloopt via wifi. Dankzij ‘swarm intelligence’ maakt die aanpak een centraal besturingssysteem volledig overbodig. Ook overslagstations en de bijbehorende randapparatuur kunnen in het systeem worden geïntegreerd. Hardware en software als compleet pakket moeten zorgen voor de eenvoudige en kostenefficiënte implementatie van geautomatiseerde processen.
Combinatie van swarm intelligence en centrale besturing
Als de geautomatiseerde processen complexer zijn, kan een combinatie van een centraal besturingssysteem en op agents gebaseerde voertuigen in sommige gevallen een geschikte oplossing zijn, klinkt het bij Safelog. In dit scenario zorgt het centrale besturingssysteem voor het orderbeheer, terwijl swarm intelligence het transport tussen de locatie van herkomst en de bestemming regelt.
Besturingssysteem op basis van VDA 5050
Fabrikanten en beheerders van magazijnen en distributiecentra hebben vaak een breed scala aan gespecialiseerde transportoplossingen in huis om hun processen te automatiseren. Daardoor zijn er doorgaans voertuigen van verschillende fabrikanten in gebruik. De VDA 5050-interface werd ontwikkeld om die toestellen te kunnen synchroniseren. Daarmee kunnen verschillende soorten autonome heftrucks, mobiele transportrobots en andere toestellen via een centraal station worden aangestuurd. Processen en transportroutes worden zo door het controlecentrum bepaald. Dat verzamelt alle informatie en stuurt die door naar de individuele betrokkenen.
“Hierdoor vallen de mobiele robots en alle andere toestellen onder het beheer van het controlecentrum op een lager niveau”, zegt Safelog CEO Mathias Behounek. “Transportopdrachten worden centraal verdeeld en routesegmenten worden geboekt en goedgekeurd door de vlootmanager.” Ook randapparatuur zoals branddeuren, liften of overslagstations met conveyortechnologie kunnen via de interface op het centrale besturingssysteem worden aangesloten. Aangezien de gestandaardiseerde communicatie-interface het beheer van verschillende vlootgroottes mogelijk maakt, ongeacht de fabrikant, gaat de trend voor die toepassingen duidelijk in de richting van de VDA 5050 Fleet Manager.
VDA 5050 biedt nieuwe opportuniteiten
“Onze voertuigen zijn VDA 5050-compatibel, maar toch is het bij projecten altijd belangrijk om te overwegen of een centraal besturingssysteem überhaupt nodig is”, meent Mathias Behounek. “In veel gevallen biedt wagenparkbeheer op basis van swarm intelligence en zonder controlecentrum voldoende flexibiliteit en brengt het aanzienlijk lagere kosten met zich mee. Hoe eenvoudiger het proces en hoe homogener de groep, hoe gemakkelijker het is om het systeem op te schalen. Als het transportproces complex is en er voertuigen van verschillende fabrikanten in gebruik zijn, opent een op VDA 5050 gebaseerd besturingssysteem nieuwe mogelijkheden. Het verhoogt ook de transparantie van het proces. VDA 5050 is nu een standaardvereiste in veel aanbestedingen voor robotvloten en controlecentra. Het is geëvolueerd van een algemeen communicatieprotocol voor eenvoudigere systemen, zoals baan-geleide voertuigen, naar een uitgebreide wereldwijde standaard die praktisch en toepasbaar is in ‘realworld’ scenario’s.”