Drijvende batterijen als verdere stap naar emissievrije binnenvaart
Met het project ‘Floating Battery’ wil VIL (Vlaanderen, Innovatie en Logistiek) aantonen dat innovatieve en flexibele energieoplossingen noodzakelijk zijn om de binnenvaart toekomstbestendig te maken. Zo zouden drijvende batterijen een concreet en schaalbaar alternatief vormen dat een belangrijke rol kan spelen in de verdere verduurzaming van de sector.
Tijdens lig- en wachtperiodes draaien binnenschepen vaak nog op dieselgeneratoren, met lawaai en uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof tot gevolg. Walstroom, waarbij schepen elektriciteit via een aansluiting aan de kade afnemen, biedt een duurzamer alternatief, maar blijkt in de praktijk slechts beperkt haalbaar. Uit het project Floating Battery van VIL blijkt dat slechts 30% van de ligplaatsen voor binnenschepen geschikt is voor vaste walstroom. Daardoor blijft een groot deel van de binnenvaart tijdens lig- en wachtperiodes afhankelijk van fossiele energie. Drijvende batterijen bieden volgens het eindrapport een flexibel en duurzaam alternatief, waarmee binnenschepen ook op locaties waar geen walstroominfrastructuur beschikbaar is van elektriciteit kunnen worden voorzien.
Het principe van drijvende batterijen is eenvoudig: in plaats van schepen naar een vaste energiebron te brengen, wordt de energie naar het schip gebracht. De batterijsystemen worden op pontons geplaatst, aan wal opgeladen en vervolgens ingezet om binnenschepen lokaal van elektriciteit te voorzien. Zo kunnen schepen ook op locaties zonder vaste energie-infrastructuur gebruik maken van duurzame energie. Volgens VIL speelt die aanpak in op de huidige uitdagingen in de sector, zoals netbeperkingen, beperkte fysieke ruimte langs kades voor extra installaties en de toenemende elektrificatie van de binnenvaart.
De analyse binnen het project toont aan dat drijvende batterijen technisch haalbaar zijn en ook operationeel potentieel hebben. Een gemiddeld aangemeerd schip verbruikt ongeveer 7kW, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van enkele huishoudens. In regio’s zoals Antwerpen liggen bovendien vaak meerdere schepen tegelijk aangemeerd, soms tot enkele tientallen, en blijven ze daar uren tot dagen liggen. Die combinatie maakt het volgens de onderzoekers mogelijk met mobiele batterijsystemen op een flexibele manier energie te leveren waar en wanneer die nodig is.
“Voor havens, terminals en andere logistieke spelers bieden drijvende batterijen nieuwe mogelijkheden om in te spelen op de energievraag, zonder zware investeringen in vaste infrastructuur”, klinkt het. “Daarnaast opent de technologie perspectieven voor bredere toepassingen, zoals het ondersteunen van batterij-elektrisch varen of het tijdelijk voorzien van energie op andere locaties.”
Het project, uitgevoerd door VIL in samenwerking met kennispartner Sirris en een groep bedrijven uit de logistieke, maritieme en energiesector, bevestigt dat de technologie vandaag al beschikbaar is. Tegelijk vraagt het concept nog verdere verfijning en afstemming binnen de sector om grootschalige uitrol mogelijk te maken. Belangrijke aandachtspunten blijven onder meer de initiële investeringskosten, de operationele organisatie en de nood aan een aangepast regelgevend kader. Ook rond veiligheid, certificering en verzekerbaarheid is verdere afstemming nodig.
Het Floating Battery-project werd uitgevoerd door VIL in samenwerking met Sirris en met steun van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Verdere projectdeelnemers zijn: 247 Energy, ABEE group, Arabel, Boluda, Brabo, C-Battery, De Vlaamse Waterweg, De Wit Bunkering, DGA Shipping, Gosselin, Logistiek Centrum Zwevegem, Mobix, Naval Barging, POM Limburg, PON Energy rental, Port of Antwerp-Bruges, Port of Limburg, Portomundi, Victrol, WeBarge, Zénobe, Ziero en ZULU Associates.
Foto: Pixabay