De ‘vergeten’ uitstoot van stadslogistiek
Waarom logistiek vastgoed mee op de duurzaamheidsbalans moet komen

Heleen Buldeo Rai, assistant professor aan de VUB: “Transportonderzoekers nemen het transport onder de loep. Vastgoedexperts focussen op de duurzaamheid van gebouwen. Maar de combinatie van beide werelden ontbrak vrijwel volledig.”
Wie over duurzame stadslogistiek spreekt, denkt vaak in de eerste plaats aan elektrische bestelwagens, cargofietsen en binnenvaart. Maar achter duurzame logistieke modellen schuilen ook stadslogistieke hubs, met magazijnen of consolidatiecentra. Enerzijds maken zij maken het mogelijk goederenstromen duurzamer te organiseren, maar anderzijds hebben zij zelf ook een milieu-impact. Die impact stond centraal in een recente studie van het onderzoekcentrum Mobilise van de Vrije Universiteit Brussel. Voor het eerst bracht een onderzoeksgroep niet alleen de transportemissies van een stedelijke logistieke hub in kaart, maar ook de klimaatimpact van het gebouw zelf, om zo na te gaan of een stadslogistieke hub écht duurzaam is. Heleen Buldeo Rai, assistant professor aan de VUB, en doctoraatsonderzoeker Claire Schelfhout lichtten de resultaten voor ons toe.
Het eindresultaat is in elk geval een genuanceerd verhaal, waarbij tijdens dit onderzoek bleek dat stadslogistieke hubs alles bij elkaar genomen wel degelijk een mooie klimaatwinst opleveren, maar dat de infrastructuur die daarvoor nodig is een belangrijke rol speelt in het opmaken van de balans.
Blinde vlek in duurzaamheidsanalyses
De directe aanleiding voor het onderzoek kwam niet uit de academische wereld, maar uit de praktijk. “Een opstartend logistiek vastgoedbureau wilde inzetten op stadslogistieke faciliteiten die daadwerkelijk milieuvoordeel opleveren”, begint Heleen Buldeo Rai. “We kregen de logische vraag: als we nieuwe gebouwen moeten realiseren om het transport te verduurzamen, wegen de voordelen dan wel op tegen de uitstoot die zo’n gebouw veroorzaakt? We stelden vast dat niemand daar een pasklaar antwoord op had.”
Dat gebrek aan inzicht binnen de community verraste de onderzoekers enigszins. Er wordt weliswaar al jarenlang onderzoek naar stedelijke logistiek verricht, maar meestal ligt de focus daarbij op transportefficiëntie, voertuigbewegingen en emissiereducties. “Het gebouw zelf bleek in feite een blinde vlek”, zegt Heleen Buldeo Rai. “Transportonderzoekers nemen het transport onder de loep. Vastgoedexperts focussen op de duurzaamheid van gebouwen, maar de combinatie van beide werelden ontbrak vrijwel volledig.”
Een opmerkelijke vaststelling, want beide sectoren behoren tot de grootste uitstoters van broeikasgassen. Terwijl transport verantwoordelijk is voor ongeveer een kwart van de mondiale CO2-uitstoot, zijn gebouwen goed voor dertig à veertig procent van de emissies. Daardoor vertegenwoordigen beide samen meer dan de helft van de wereldwijde uitstoot. Toch worden ze maar zelden samen geanalyseerd.
Breder onderzoekskader
Het onderzoek dat uit die vraag voortvloeide, kwam er op een moment waarop de interesse in stedelijke logistieke hubs groot is. Door de groei van e-commerce, strenge emissieregels en de vraag naar snelle leveringen overwegen momenteel heel wat partijen hun logistieke activiteiten dichter bij de consument te organiseren.
Heleen Buldeo Rai: “Toen ik na mijn doctoraatsstudie enkele jaren in Parijs verbleef, merkte ik dat het hele vraagstuk rond stadslogistieke faciliteiten daar al veel hoger op de agenda staat dan hier. Daar gaat het ook niet meer over kleine experimenten, microdepots of mobiele depots, bijvoorbeeld, maar over grote logistieke gebouwen die volledig in de stedelijke omgeving worden geïntegreerd. Die evolutie zien we vandaag ook in andere wereldsteden, zoals New York en verschillende Aziatische metropolen. Maar hoe groter de logistieke infrastructuur wordt, hoe groter ook de milieu-impact van het vastgoed zelf wordt. Die tendens maakt het nog meer noodzakelijk om die invloed mee te nemen.”
Doctoraatsonderzoeker Claire Schelfhout: “Nieuwe logistieke gebouwen worden enerzijds steeds energiezuiniger dankzij warmtepompen, zonnepanelen en efficiënte technieken, maar anderzijds brengen de huidige bouwmaterialen vaak een hoge uitstoot met zich mee.”
Twee werelden samenbrengen
Met een achtergrond in architectuur en stadsplanning was Claire Schelfhout goed geplaatst om dit specifieke onderzoek te leiden. Als casestudy kozen de onderzoekers voor het Brussels Construction Consolidation Center (BCCC). Dat consolidatiecentrum is een bestaand gebouw dat een nieuwe logistieke functie kreeg. Het bevindt zich in de Brusselse kanaalzone en speelt een belangrijke rol in de bevoorrading van bouwplaatsen in de hoofdstad. Daarbij worden bouwmaterialen via de binnenvaart naar Brussel gebracht, tijdelijk opgeslagen en geconsolideerd, waarna ze gebundeld naar verschillende bouwplaatsen worden vervoerd. Op die manier wordt niet alleen een modal shift naar de waterweg gerealiseerd, maar stijgt ook de efficiëntie van het wegtransport omdat leveringen kunnen worden gebundeld.
De nodige gegevens verzamelen bleek geen eenvoudige opdracht. “Daar zijn we bijna een jaar mee bezig geweest”, vertelt Claire Schelfhout. “Voor een sluitende analyse hadden we naast transportdata ook gedetailleerde informatie nodig over het gebouw, het materiaal, het energieverbruik en de structuur. Die informatie zit bij verschillende partijen. We hadden het geluk dat we voor deze case terechtkonden bij Marc Goossenaerts van Shipit. Hij had al veel data aan de transportkant verzameld in het kader van een ander VUB-onderzoeksproject onder leiding van Koen Mommens – tevens coauteur van onze studie – en Nicolas Brusselaers. Ook over het gebouw konden de nodige data ter beschikking worden gesteld. Maar het samenbrengen van beide datasets was ongetwijfeld een van de grootste uitdagingen van het onderzoek.”
Naarmate het vrachtvervoer verder elektrificeert en transportemissies dalen, zal de relatieve impact van gebouwen steeds groter worden.
Spectaculaire daling van voertuigkilometers
De onderzoekers vergeleken de werking van het consolidatiecentrum met het klassieke scenario waarbij leveranciers rechtstreeks naar de verschillende bouwplaatsen rijden. In de traditionele situatie zouden vrachtwagens over een periode van zestien maanden meer dan 103.000 voertuigkilometers afleggen. Dankzij het consolidatiecentrum daalt dat tot minder dan 6.500 kilometer. Dat komt omdat de binnenvaart een belangrijk deel van het transport overneemt, doordat leveringen worden geconsolideerd en de voertuigen met een veel hogere beladingsgraad vertrekken. Dat resulteert in een jaarlijkse reductie van ongeveer 45 ton CO2-equivalent.
Claire Schelfhout: “De combinatie van consolidatie en binnenvaart zorgt dus voor een aanzienlijke reductie van de emissies. De milieuvoordelen aan de transportkant zijn zeer duidelijk.”
Die conclusie bevestigt eerdere internationale onderzoeken van stedelijke consolidatiecentra. Ook in steden als Londen, Malmö, München en Seattle werden al belangrijke emissiereducties genoteerd dankzij duurzamer transport.
Substantiële impact
Binnen dit specifieke onderzoek werd ook de logistieke infrastructuur meegenomen. Zo analyseerden de onderzoekers het magazijn, het containerkantoor en het verharde terrein via een volledige levenscyclusanalyse. Daarbij hielden ze rekening met de gebruikte materialen, de exploitatie, het onderhoud en de volledige levensduur van de structuur.
Uit die analyses bleek dat de logistieke infrastructuur gemiddeld ongeveer zestien ton CO2-equivalent per jaar veroorzaakt. Daardoor daalt de netto klimaatwinst van ongeveer 45 naar ongeveer 29 ton CO2 per jaar.
C. Schelfhout: “Uiteraard is het niet eenvoudig om transportemissies en de uitstoot van een gebouw met elkaar te vergelijken, aangezien je voertuigen over een veel kortere periode afschrijft dan gebouwen, maar we hebben het toch geprobeerd omdat dat een beter beeld geeft. In dit geval bleek dat de initiële uitstoot van het gebouw na ongeveer achttien jaar wordt gecompenseerd door de besparing op de transportemissies. Het resultaat is dus duidelijk positief, wat ons aangenaam verraste. Maar tegelijk tonen de analyses ook aan dat het gebouw een substantieel deel van de totale milieu-impact vertegenwoordigt. We kunnen dan ook besluiten dat je een te rooskleurig beeld krijgt als je dat aspect niet meeneemt.”
Een van de zaken die Claire Schelfhout het meest verbaasde, was dat het uitgestrekte betonnen terrein van de faciliteit bijna even veel uitstoot vertegenwoordigde als het gebouw zelf. “Dat heeft te maken met de zware constructies die nodig zijn om vrachtverkeer te ondersteunen”, zegt ze. “Dat toont meteen ook aan dat niet enkel het gebouw, maar ook de infrastructuur errond van belang is.”
Hergebruik als troef
Een belangrijke kanttekening is dat voor het consolidatiecentrum in kwestie wordt gebruikgemaakt van een bestaand gebouw. Vanuit klimaatperspectief is die herbestemming natuurlijk een belangrijke troef. De uitstoot die gepaard ging met de oorspronkelijke bouw is immers al tientallen jaren geleden vrijgekomen. “Dat het hergebruik van bestaande gebouwen interessant is, is zeker een les die we uit deze studie kunnen meenemen”, zegt Claire Schelfhout. “Nieuwe logistieke gebouwen worden enerzijds weliswaar steeds energiezuiniger dankzij warmtepompen, zonnepanelen en efficiënte technieken, maar anderzijds brengen de huidige, complexere, bouwmaterialen vaak een hoge uitstoot met zich mee. Terwijl vroeger vooral aandacht ging naar het operationele energieverbruik van gebouwen, verschuift de focus almaar meer naar de zogenaamde ‘embodied carbon’: de uitstoot die vervat zit in materialen en constructieprocessen. Kortom, hoe groener een gebouw wordt in gebruik, hoe belangrijker de materiaalkeuzes worden om de uitstoot zo laag mogelijk te houden.”
De onderzoekers wijzen er verder nog op dat transport de komende jaren verder zal verduurzamen dankzij de elektrificatie en alternatieve transportmodi. Daardoor zal ook de verhouding tussen de duurzaamheid van transport en vastgoed veranderen.
C. Schelfhout: “Naarmate het vrachtvervoer verder elektrificeert en transportemissies dalen, zal de relatieve impact van gebouwen steeds groter worden. Voor beleidsmakers, vastgoedontwikkelaars en logistieke operatoren betekent dat dat het goed zou zijn om toekomstige investeringsbeslissingen meer vanuit een integraal perspectief te bekijken, om zo een goed beeld te krijgen van de duurzaamheid van stedelijke logistiek.”
“Uit ons onderzoek is in elk geval gebleken dat een logistieke hub perfect kan bijdragen aan lagere emissies bij stadslogistiek, maar dat de uiteindelijke balans zal afhangen van het al dan niet hergebruiken van bestaande gebouwen, materiaalkeuzes en circulaire bouwprincipes, bijvoorbeeld”, vult Heleen Buldeo Rai aan. “Om daar een nog beter beeld van te krijgen, zou het goed zijn mochten er bijkomende studies plaatsvinden, om zo bijvoorbeeld de impact van een nieuw gebouw op de totale duurzaamheid te kunnen analyseren. Momenteel zijn we bezig over de resultaten te communiceren en de nodige partijen aan tafel te krijgen om werk te maken van volgende stappen. Verder hopen we ook dat deze manier van werken ook in het buitenland wordt opgepikt.”
Tegelijk is Mobilise de lokale impact van stedelijke hubs in Brussel in kaart aan het brengen. Daarbij worden enerzijds de lasten, zoals mogelijke geluidsoverlast en luchtvervuiling, meegenomen en anderzijds de voordelen, zoals de lokale tewerkstelling. Want uiteraard spelen ook die zaken een belangrijke rol.
We kunnen besluiten dat we stedelijk transport en de gebouwen die daaraan gekoppeld zijn niet als afzonderlijke entiteiten mogen beschouwen als het op duurzaamheid aankomt. De onderzoekers pleiten er dan ook voor het gebouw voortaan een volwaardige plaats in de analyses te geven en de wisselwerking tussen de verschillende partijen te bevorderen. Aangezien steden verder inzetten op stedelijke hubs, zal dat aspect alleen maar belangrijker worden.
TC
Premium
Deze inhoud is enkel leesbaar voor ingelogde Value Chain abonnees.
Heeft u een abonnement op het Value Chain informatiepakket? Meldt u aan via onderstaande knop en lees het gewenste artikel of magazine online.