Vezelvernieuwing als antwoord op textielafval
PurFi zet gepatenteerde technologie in voor vezel-tot-vezelrecyclage
Koen De Ruyck, general manager bij PurFi: “De vraag is niet of gerecycleerde vezels de toekomst zijn, maar wanneer die toekomst zich zal aandienen.”
Foto: PurFi buro
De enorme afvalberg in de textielindustrie wordt steeds problematischer. Voor PurFi uit Waregem biedt textielafval evenwel een groot potentieel. Het bedrijf bezit namelijk een gepatenteerde technologie om van oud textiel een vernieuwde vezel (rejuvenated fiber) te maken die op het vlak van kwaliteit en sterkte niet moet onderdoen voor ‘virgin’ materialen. Toch kende PurFi geen eenvoudige start, onder meer door lage katoen- en polyesterprijzen en door economische instabiliteit. Intussen werkt het bedrijf samen met high-end merken en overheden om nieuwe kledingstukken te vervaardigen met hun gerecycleerde vezels.
Midden 2019 ging de West-Vlaamse textielfabrikant Concordia Textiles een joint venture aan met het Amerikaanse PurFi Global met als doel textielafval te recycleren. In dat partnerschap bracht het bedrijf uit Waregem net geen honderd jaar ervaring in de textielindustrie met zich mee, terwijl de Amerikaanse partner de technologie, concepten en patenten aanreikte. Zo kwam PurFi Manufacturing tot stand, dat gevestigd is in de gebouwen van Concordia Textiles. Die producent is de grootste Europese speler op het vlak van beschermingsmaterialen voor personen en objecten, en heeft een aanbod aan high-end sportkledij, werkkledij, beschermende kledij en textiel voor het leger, de brandweer en de politie. Intussen zijn we zes jaar verder: Concordia vierde zijn honderdjarige jubileum en PurFi kreeg te maken met een volatiele markt.
“Het idee om textielafval te recycleren kwam van Concordia CEO Carl Baekelandt”, steekt PurFi general manager Koen De Ruyck van wal. “Al veertig jaar lang wordt textielafval mechanisch gerecycleerd, waardoor alle vezels kapotgaan. Het is pure ‘downcycling’. Onze technologie doet het omgekeerde. We halen uit onze productielijn een soortgelijke vezel als deze die erin gaat.” De in eigen huis ontwikkelde en gepatenteerde installatie is zo’n 170 meter lang en haalt het textiel zeer traag en voorzichtig uit elkaar, een proces dat ‘reverse spinning’ wordt genoemd. Het resultaat? De oorspronkelijke vezel wordt niet beschadigd en de sterkte blijft bewaard. “Voer je een vezel van 26 millimeter in, dan krijg je na het upcyclingproces een nieuwe vezel van 24 millimeter. Zo zijn onze gerecycleerde vezels lang en stevig genoeg om nieuwe kleren van te maken.”
Gekelderde grondstofprijzen
Toen PurFi aan zijn avontuur begon, waren de vooruitzichten gunstiger dan nu. “Nadat we onze lijn geassembleerd, getest en in 2020 in werking gesteld hadden, klopten zowat alle grote merken op mijn deur. Recyclen was hot en de hogere grondstofprijzen maakten het interessant om met gerecycleerde garens aan de slag te gaan”, licht Koen De Ruyck toe. “Toen nam de vraag naar kleding af en kelderde de prijs. Waar de prijs voor katoen in 2021 en 2022 nog 2,6 euro per kilogram bedroeg, bedraagt die vandaag slechts 1,2 euro. Niet alleen de grondstofprijs speelt ons parten, recycleren staat in het algemeen onder druk.” Een combinatie van factoren duwde de recyclinghype naar de achtergrond: de machtswissel in de Verenigde Staten, de oorlog in Oekraïne, getouwtrek rond de Green Deal … Bovendien schuift de Europese Unie het beleid rond de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV of Extended Producer Responsibility – EPR) voor zich uit tot midden 2028. “Niet alleen wij voelen de impact, op gerenommeerde beurzen is het aantal standhouders dat inzet op recyclage tot een minimum herleid”, aldus Koen De Ruyck.
Voor een denimfabrikant stelde PurFi een honderd procent gerecycleerde stof samen om een nieuwe collectie uit te werken.
Met een capaciteit van drieduizend ton per jaar en technisch kwalitatieve producten is PurFi nochtans klaar om de markt te bedienen. Hun hoogwaardige technologie kan elk type gesponnen vezel recycleren, zoals katoen, polyester, vlas, zijde … Filamentgarens recycleert het bedrijf niet.
Koen De Ruyck: “Een van onze grotere afnemers is het moederbedrijf Concordia, dat volop de kaart van duurzaamheid trekt. In zijn nieuwe productontwikkelingen integreert het voor de helft gerecycleerde garens. De Greenline-collectie is daar een mooi voorbeeld van. Alle testen naar onder andere trek- en scheursterkte zijn succesvol uitgevoerd en de kwaliteit van onze technische vezels staat op punt. Onze producten voldoen dan ook volledig aan de normen van virgin materialen.”
Naast de Waregemse textielspecialist rekent PurFi onder meer high-end merken en overheidsinstellingen onder zijn klanten. Nederland en Frankrijk nemen een voortrekkersrol in Europa. Zo werkt PurFi voor de Franse brandweer aan een project met brandvrije vezels en recycleert het voor de Nederlandse politie oude poloshirts die niet meer bruikbaar zijn omdat het logo verandert. Door de veranderde marktcondities paste PurFi evenwel zijn strategie aan. Het bedrijf aanvaardt enkel te verwerken textielafval als er een overeenkomst is om de vernieuwde garens af te nemen. “We houden zelf geen voorraad meer aan. Zodra onze productie klaar is, vertrekt het naar de klant”, verduidelijkt Koen De Ruyck. “De high-end merken waar we mee samenwerken, sturen ons bijvoorbeeld hun kasjmierafval, waarvan wij nieuwe vezels en garens maken. Zij nemen die terug en produceren er nieuwe kleding mee. Virgin kasjmier kost honderd euro per kilogram. Het proces om dat type vezel te recycleren is ongeveer hetzelfde als voor katoen, maar de gecreëerde waarde is veel hoger dan die van de basiskwaliteiten in katoen en polyesterkatoen.”
Textielafval als grondstof
Over het potentieel van ’fiber rejuvenation’ (vezelvernieuwing), zoals PurFi zijn proces noemt, hoef je volgens Koen De Ruyck niet lang na te denken “In de EU hebben we geen eigen grondstoffen, want we kweken geen katoen en hebben geen aardolie. De berg textielafval daarentegen is indrukwekkend. Jaarlijks gooien we in Europa meer dan zeven miljoen ton kleding weg. Ga daarmee aan de slag en we voorzien wel in eigen grondstoffen.” De EPR-regelgeving wil daar op inspelen, door producenten verantwoordelijk te maken voor het inzamelen en recycleren van textiel. Al had PurFi gehoopt dat dit vanaf 2026 in werking zou treden.
Vandaag ziet Koen De Ruyck een duidelijk onderscheid tussen bedrijven of overheden bij wie duurzaamheid een fundamenteel onderdeel van de strategie is en zij die het louter als marketingtool inzetten. “Tal van merken claimen dat hun kleding geproduceerd is met gerecycleerde grondstoffen, maar als je onder het oppervlak kijkt, merk je al gauw dat het om gerecycleerde polyester gaat die van PET-flessen afkomstig is”, zegt hij. “Die flessen worden vermalen en gesmolten tot kleine korrels, van waaruit nieuwe garens worden gesponnen (rPET). In sommige landen worden daarvoor zelfs nieuwe PET-flessen gebruikt om contaminatie te vermijden. Je kunt dus niet van een circulair verhaal spreken. Er is nog veel ‘greenwashing’ in de industrie, al onderneemt de EU daar intussen stappen tegen en stuurt ze aan op ‘PET-to-PET’ en ‘textile-to-textile’ recycling.”
Via reverse spinning wordt gesorteerd textielafval erg traag en voorzichtig uit elkaar gehaald tot een gerecycleerde vezel en nadien tot garens verwerkt.
Afgedankte kledingstukken
Waar PurFi in oorsprong startte met het verwerken van snijafval uit de confectie, ook wel ‘post-industrial waste’ genoemd, ligt de focus nu vooral op afgedankte of ‘end-of-life’ producten (EOL).
K. De Ruyck: “Snijafval is relatief zuiver en dat liet ons vijf jaar geleden toe te testen tot wat onze lijn in staat was. Gebruik je ‘post-consumer waste’, dus gedragen kleren die worden ingezameld, dan zit je met een kwaliteitsvraagstuk. Je weet namelijk niet hoe vaak die kleren gewassen zijn. Hoe meer je wast, hoe meer je vezels kapotgaan. Om daaraan tegemoet te komen, mixen we afval uit beide stromen. Zo kunnen we wel de nodige kwaliteit garanderen. Voor een denimfabrikant hebben we op die manier een honderd procent gerecycleerde stof weten samen te stellen.”
Kwalitatief afval verzamelen is evenwel geen evident proces. De kwaliteit van ingezamelde EOL-producten gaat erop achteruit omdat de producten bij aankoop al geen hoge kwaliteit hadden. “We werken samen met Kringloopwinkel in een Europees project en de groep bevestigt ons dat ze nu slechts 30 tot 35 procent van de ingezamelde kleren opnieuw kunnen verkopen, terwijl dat vroeger 50 tot 55 procent was”, illustreert Koen De Ruyck. Daar komt nog bij dat heel wat verantwoordelijkheid bij de recyclagepartner wordt gelegd. Iets wat bij PurFi de nodige wrevel creëert. “Chinese kleding wordt met schadelijke kleurstoffen geverfd, wordt hier verkocht en na afloop in een inzamelcontainer gedropt. Als het item nog oké is, kan Kringloopwinkel het opnieuw verkopen. Is het niet goed genoeg en willen we het recycleren, dan moeten wij als recyclagepartner de items wassen en erop toezien dat er geen chemische vervuiling op zit”, vervolgt Koen De Ruyck. “In principe moeten we ze ook testen, bijvoorbeeld op OEKO-TEX. Een sneltest kost 300 euro en een uitgebreide test 3.000 euro. Als je weet dat er in een container zo’n 20.000 stuks zitten, ligt de businesscase om alles te verbranden snel op tafel. Het compromis bestaat erin steekproeven te doen, maar daar wordt intussen al drie jaar over gediscussieerd. Daarom vragen wij aan onze leveranciers een certificaat dat aantoont dat het afval gewassen en niet gecontamineerd is. Omdat onze vezels met virgin vezels of rPET worden gemengd, is de kans erg klein dat een finaal kledingstuk chemisch vervuild is. Al wil je als groot kledingmerk natuurlijk dat risico niet lopen. Onze vezels moeten dus zuiver zijn, maar daartegenover staat dan weer dat de textielproducent tijdens de confectie wel weer chemische stoffen op het kledingstuk mag zetten. Het is een complexe puzzel.”
Uitsorteren en versnijden
Niet alleen de vezelkwaliteit van ingezamelde kleding is een aandachtspunt, ook patronen of een mix van materialen en kleuren vormen een uitdaging. De poloshirts van de Nederlandse politie zijn bijvoorbeeld niet effen blauw, maar bevatten delen in fluo en etiketten. “Dat moet eruit vooraleer we het materiaal kunnen vernieuwen”, verduidelijkt Koen De Ruyck. “Anders krijg je een contaminatie van blauw door geel, waardoor het nieuwe product een kleurschakering heeft. Hetzelfde geldt voor donkere logo’s in bleke T-shirts. Knip je die er niet uit, dan krijgt het nieuwe T-shirt een spikkel. Hoewel het een kwalitatief product is, ligt dat voor de consument moeilijk. Al moet daar de kanttekening bij dat het dan om honderd procent vernieuwde vezels gaat. Pas je de mix van je product aan naar de helft gerecycleerde garens en de helft virgin, dan zal het shirt er anders uitzien. Zo’n spikkel valt trouwens alleen op bij lichte kleuren. Werk je met donkere stoffen, dan is het effect veel minder zichtbaar.” Volgens Koen De Ruyck zouden bedrijven beter stap voor stap het aandeel gerecycleerde vezels in hun producten verhogen in plaats van onmiddellijk naar de top te mikken. Zo geef je de markt meer tijd om aan de nieuwe materialen te wennen. Een mooi voorbeeld is een bedrijf dat wel gerecyclede vezels gebruikt, maar het niet vermeldt. Het wil namelijk vermijden dat de consument zich onnodig vragen stelt.
Afval uitsorteren en versnijden kan manueel of machinaal gebeuren. Voor het manuele werk schakelt PurFi maatwerkbedrijven in, zoals Westlandia in Ieper en Arcor in Ronse. Voor het automatische proces voerde PurFi testen uit waarbij de kledingstukken op een transportband worden gescand met camera’s en gesorteerd in 150 verschillende items: katoen, polyesterkatoen, kasjmier, zijde … Alles wat geen textiel is, zoals ritsen en knopen, wordt tijdens dat proces uit het kledingstuk geblazen.
K. De Ruyck: “Kwalitatief zitten beide technieken ongeveer op hetzelfde niveau. Bij automatisch sorteren en versnijden ligt het verlies op zo’n 40 tot 50 procent. Dat is bijna het dubbele van het manuele proces, waar het verlies 25 tot 30 procent bedraagt. Dat hoeft geen breekpunt te zijn, er is meer dan genoeg textielafval. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat die technologie binnen een tweetal jaren op punt staat en het verlies lager zal liggen. Katoen manueel uitsorteren is te duur in verhouding tot de waarde van de gerecycleerde vezel. Met de komst van AI zal dat proces trouwens nog verbeteren en zullen kwaliteits- en contaminatiecontroles efficiënter verlopen.”
Hoe snel grote textielproducenten op de kar van recycling zullen springen, blijft onduidelijk. Toch heeft Koen De Ruyck vertrouwen in zijn technologie. In 2026 wil PurFi een aantal productielijnen in India opzetten, bij een lokaal familiebedrijf. “Het intellectuele eigendom blijft uiteraard in onze handen. Net zoals onze lijn hier in Waregem een soort ‘black box’ is, willen we die manier van werken doortrekken naar buitenlandse vestigingen of samenwerkingsverbanden. De vraag is niet of gerecycleerde vezels de toekomst zijn, maar wanneer die toekomst zich zal aandienen”, besluit de general manager.
LV
Premium
Deze inhoud is enkel leesbaar voor ingelogde Value Chain abonnees.
Heeft u een abonnement op het Value Chain informatiepakket? Meldt u aan via onderstaande knop en lees het gewenste artikel of magazine online.