Mensen hoeven niet als robots te werken: wat succesvolle automatisering vraagt

Foto: Exotec
Minder lopen, minder tillen en minder zwaar repeterend werk: automatisering kan het werk in een warehouse fysiek een stuk lichter maken. Maar betekent dat automatisch dat medewerkers hun werk ook als minder belastend ervaren? Niet per se. Samenwerken met robots kan juist andere eisen stellen aan concentratie, autonomie en vaardigheden. De vraag is daarom niet alleen wat robots kunnen overnemen, maar ook wat automatisering met het werk van mensen doet.
Dat is ook de insteek van onafhankelijk onderzoek dat Exotec liet uitvoeren door onderzoeks- en adviesbureau Action Spinoza naar de sociale impact van warehouseautomatisering voor medewerkers. Daaruit blijkt dat de techniek maar een deel van het verhaal is. Minstens zo belangrijk zijn de manier waarop het werk wordt ingericht en in hoeverre medewerkers bij de transformatie worden betrokken.
Op de werkvloer gaat het meestal niet om humanoid robots die medewerkers vervangen, maar om technologie die specifieke taken overneemt. Zo bewegen de Skypods van Exotec, als autonome mobiele robots (AMR’s) in 3D tussen de rekken en brengen producten naar medewerkers toe. In zijn ESG-rapport stelt Exotec dat het succes van zulke automatisering niet alleen afhangt van de technologie. De manier waarop het werk en de omgeving zijn ingericht en medewerkers bij de verandering worden betrokken, zijn minstens zo belangrijk.
Niet alleen minder fysiek werk
Die samenwerking is in de praktijk heel concreet. In een goods-to-person-systeem brengen robots bijvoorbeeld producten vanuit de stellingen naar een werkstation. Operators hoeven daardoor minder te lopen, zoeken en tillen. Bij het Skypod-systeem van Exotec zijn de werkstations bovendien verstelbaar en ergonomisch ontworpen.
Toch maakt fysiek lichter werk de werkactiviteiten niet automatisch minder belastend. Het onderzoek van Action Spinoza laat dat zien. Zo blijkt dat automatisering weliswaar de fysieke belasting kan verminderen en de veiligheid kan verbeteren, maar tegelijk nieuwe mentale druk kan veroorzaken. Medewerkers moeten bijvoorbeeld langere tijd geconcentreerd blijven of in een vast werkritme werken. Daardoor kunnen ze soms minder autonomie ervaren. En als het werkproces niet goed is ingericht, kan dat leiden tot mentale vermoeidheid, monotonie of sociale isolatie.
Die spanning krijgt ook aandacht in Belgisch onderzoek. Aan UHasselt loopt onderzoek naar de samenwerking tussen mens en robot bij orderpicking in warehouses. Daarbij wordt specifiek gekeken naar autonome mobiele robots (AMR's) die medewerkers ondersteunen door bijvoorbeeld verplaatsingen in het magazijn over te nemen. De onderzoekers bekijken niet alleen welke efficiëntiewinsten dat oplevert, maar ook wat deze samenwerking betekent voor het welzijn van logistieke medewerkers.
Met medewerkers automatiseren
De manier waarop automatisering wordt ingevoerd, is dan ook minstens zo belangrijk als wat een systeem technisch kan. Operators weten waar de piekmomenten zitten, welke uitzonderingen regelmatig voorkomen en wat er nodig is als een proces anders loopt dan gepland. Die kennis is onmisbaar bij het ontwerp en de invoering van een geautomatiseerd proces. Als engineers en management een systeem bedenken en medewerkers het vervolgens alleen nog hoeven te ‘adopteren’, kan weerstand ontstaan. Door operators vanaf het begin te betrekken, kunnen hun kennis en ervaring bijdragen aan een oplossing. Dat vergroot niet alleen de acceptatie, maar kan er ook voor zorgen dat het systeem beter aansluit op de dagelijkse praktijk.
De manier waarop organisaties over automatisering praten, speelt hierbij een belangrijke rol. Volgens Nicolas Hunsinger, Head of ESG bij Exotec, is het een misvatting dat automatisering vooral gaat over lagere kosten of minder personeel. Als dat het vertrekpunt is, is de kans groot dat medewerkers automatisering vooral als bedreiging ervaren. Daarom pleit hij ervoor eerst te kijken naar veiligheid, ergonomie en ontwikkeling van medewerkers en pas daarna naar prestaties en schaalbaarheid.
Andere taken vragen andere vaardigheden
Automatisering verandert bovendien wat medewerkers moeten kunnen. Sommige fysieke taken verdwijnen of nemen af, terwijl het belangrijker wordt om systemen te begrijpen, afwijkingen te herkennen en te weten hoe te handelen als er ergens in het proces iets misgaat. Laeticia Latil van Action Spinoza wijst erop dat sommige functies rond mens-robotsamenwerking nu nog nauwelijks bestaan. Tegelijkertijd willen operators volgens haar juist meer leren over de machines waarmee ze werken. Training en ontwikkeling moeten daarom vanaf het begin onderdeel zijn van een automatiseringstraject en niet pas na de implementatie aandacht krijgen.
Van technologievraag naar organisatievraag
De discussie over warehouseautomatisering gaat daarmee steeds minder alleen om wat technisch mogelijk is. Een technisch goed werkend systeem is niet genoeg. De manier waarop mensen met de technologie werken, wordt minstens zo belangrijk. De inrichting van het werk, de communicatie met medewerkers en de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden zijn cruciaal. Dat vraagt ook om een andere kijk op de rol van mensen. Jarenlang lag bij werk in warehouses en fabrieken de nadruk op voorspelbaarheid, snelheid en herhaling. Precies die werkzaamheden kunnen robots steeds beter overnemen. Door repetitieve taken te automatiseren, kunnen medewerkers zich meer richten op werk waarin inzicht, ervaring en probleemoplossend vermogen nodig zijn.
Of, zoals Hunsinger het in het ESG-rapport samenvat: nu er robots zijn, hoeven mensen niet langer als robots te werken.
Voor meer informatie, ga naar: www.exotec.com/sustainability/