Haven van Duinkerke vindt zichzelf opnieuw uit
Transformatie tot logistieke en industriële hub van Noordwest-Europa
Het totale maritieme verkeer steeg in 2025 met 5% tot 48 miljoen ton. Dat is een recordgroei onder de grote havens in Noord-Europa. De containertrafiek klom met 14% tot 747.000 TEU.
© GPMD
Voor de haven van Duinkerke moet 2026 niet alleen strategisch een belangrijk jaar worden, het is ook symbolisch van belang. Precies zestig jaar geleden, op 1 april 1966, werd de autonome haven van Duinkerke immers opgericht. Wat begon als een klassieke, industriële haven is vandaag uitgegroeid tot een veelzijdig maritieme, logistieke en industriële hub met grootse plannen op de plank.
De rode draad in de plannen is duidelijk: de haven van Duinkerke transformeert. De haven wil zich niet alleen profileren als toegangspoort tot Noordwest-Europa, maar als katalysator voor herindustrialisering en duurzame logistiek. Die transformatie wordt tastbaar via cijfers, infrastructuurwerken en investeringen.
Groei in een uitdagende context
In een allesbehalve evident economisch klimaat zette de haven van Duinkerke in 2025 een sterk jaar neer. Voor het tweede jaar op rij steeg het totale maritieme verkeer met vijf procent tot 48 miljoen ton. “Dat is een recordgroei onder de grote havens in Noord-Europa”, zegt Daniel Deschodt, adjunct-directeur van de haven van Duinkerke. “De containertrafiek klom met veertien procent tot ongeveer 747.000 TEU, waarmee het recordniveau van 2024 opnieuw werd bereikt. Opvallend is vooral de positieve dynamiek in het hinterland, met 520.000 TEU, goed voor een groei van twintig procent.”
Ook andere segmenten tonen de kracht van het havenmodel. Zo doorbrak de LNG-terminal met meer dan tien miljoen ton een historisch plafond, wat de rol van Duinkerke als belangrijke gashub in West-Europa bevestigt. Vloeibare bulk steeg met achttien procent, terwijl de haven er ondanks de industriële en klimatologische schokken in slaagde traditionele sectoren, zoals ertsen en granen, stabiel te houden.
Volgens Emmanuelle Verger, voorzitter van de Toezichtsraad van de haven van Duinkerke, zijn die sterke prestaties geen toeval: “Ze zijn het resultaat van een bewuste diversificatiestrategie waarbij de haven zich minder afhankelijk wil maken van één markt. Dat maakt de haven veerkrachtiger”, zegt hij. “Niet elke ton heeft dezelfde economische waarde. Duinkerke kiest resoluut voor stromen met langetermijnpotentieel.”
Die keuze vertaalt zich ook naar de economische cijfers. In 2025 is de omzet met zes procent gestegen tot 121 miljoen euro. Daarbij liggen de inkomsten uit domeinheffingen voor het eerst hoger dan de klassieke havenrechten. “Ook dat bewijst hoe diepgaand ons model verandert”, gaat Emmanuelle Verger verder. “We willen ons niet louter als een maritieme infrastructuur, maar als een breder economisch platform profileren.”
Drie pijlers, drie hefbomen
De strategie van de haven steunt op drie pijlers: maritieme activiteiten, logistiek en industrie in één hub. Die worden ondersteund door drie hefbomen: energie, mobiliteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Samen vormen ze een geïntegreerd model dat economische performantie koppelt aan duurzaamheid en een regionale verankering.
De eerste fase binnen de langetermijnvisie is het strategisch project 2025-2029, dat vijftien projecten bundelt in een duidelijke roadmap. Zo wil Duinkerke tegen 2050 een polyvalente sleutelhaven in Noord-Europa zijn, met een gedigitaliseerde logistieke hub, een doordacht uitgebouwd industrieel ecosysteem en een koolstofneutrale haven. Voor 2026 wordt er ruim 130 miljoen euro aan investeringen voorzien, wat zo’n tien miljoen meer is dan in 2025.
De Terminal des Flandres en Cap 2020 vormen samen het fundament voor een duurzame containerstrategie die zowel op diepzee- als op hinterlandstromen gericht is.
Cap 2020: sprong naar een nieuwe schaal
Een van de meest symboliserende projecten binnen die strategie is zonder twijfel Cap 2020. “Die omhelst een investering van in totaal 300 miljoen euro voor een uitbreiding van het Atlantische bekken en een nieuwe diepzeekade van 1.000 meter. Dat project maakt de bouw van een tweede containerterminal mogelijk en moet de capaciteit van de haven tot twee miljoen TEU verdubbelen tegen 2035”, licht Maurice Georges, voorzitter van het Directoire van de haven van Duinkerke toe.
“Cap 2020 is meer dan een infrastructuurproject”, klinkt het. “Het is een strategische sprong, zowel op het vlak van schaal als op het vlak van positionering. Het project, dat in 2025 werd afgeklopt, wordt vanaf dit jaar gerealiseerd. Er wordt gestart met de bouw van de kademuren en ook in 2026 wordt de operator voor de tweede terminal geselecteerd. De ingebruikname is voorzien in 2029.”
Parallel investeert de haven verder in de bestaande Terminal des Flandres (TDF). Die wordt uitgebreid met extra oppervlakte en twee nieuwe portaalkranen. Samen vormen TDF en Cap 2020 het fundament voor een duurzame containerstrategie die zowel gericht is op diepzee- als op hinterlandstromen.
Logistiek met toegevoegde waarde
De groei van de containertrafiek wordt ondersteund door een snel ontwikkelend logistiek ecosysteem. In de zone Dunkerque Logistique Internationale (DLI) – goed voor 150 hectare ‘turnkey’ gebied met de nodige vergunningen – vestigen zich in sneltempo internationale spelers. Zo investeren Ziegler, Weerts en WDP er in grootschalige magazijnen.
Verder onderscheidt Duinkerke zich in temperatuurgecontroleerde logistiek. Het Frans-Belgische bedrijf Conhexa verdubbelde er zijn opslagcapaciteit met een geautomatiseerde koelinstallatie. Intussen plant SSIM, een dochterbedrijf van Omer-Decugis, een logistiek platform van 25.000 vierkante meter voor de rijping en verwerking van tropisch fruit. Vanaf dit jaar zullen er wekelijks meer dan zeventig gekoelde containers met ananassen en bananen vanuit Latijns-Amerika in Duinkerke aankomen.
Op de voormalige raffinaderijsite van Duinkerke zijn intussen twee nieuwe industriële projecten geselecteerd. Het eerste is het ARA-project van Tepsa, het tweede is het Atlasproject van Technip.
Herindustrialisering in de praktijk
Terwijl heel wat havens over herindustrialisering spreken, komt Duinkerke met een aantal concrete realisaties. Intussen is de regio uitgegroeid tot een ‘Battery Valley’. In 2025 opende Verkor er zijn eerste ‘gigafactory’ voor batterijen en in 2026 starten de werken aan de batterijsite van ProLogium. Intussen legt het Neomat-project van Orano en XTC Energy er de basis voor de productie van actieve kathodematerialen en ontwikkelt Suez Group er een project voor de recyclage van kritieke metalen uit elektrische batterijen. Zo ontstaat een geïntegreerde waardeketen rond elektrische mobiliteit, van grondstof tot batterij en hergebruik. Daarbij fungeert de haven als facilitator, met turnkey industriële zones, de nodige energie-infrastructuur en logistieke connectiviteit.
Ook buiten de batterijsector wordt gediversifieerd. Op de twintig hectare grote voormalige raffinaderijsite van Duinkerke zijn na een marktverkenning intussen twee nieuwe industriële projecten geselecteerd. Het eerste is het ARA-project van Tepsa, dat een investering van 185 miljoen euro in de opslag en export van vloeibare chemische producten omvat. Het tweede is het Atlasproject van Technip Energies, dat zich richt op innovatieve industriële toepassingen.
Het mag duidelijk zijn dat Duinkerke actief bouwt aan de haven van morgen. De klassieke rol van overslagpunt heeft er plaatsgemaakt voor een bredere functie als industriële en logistieke motor van de regio. Daarbij wil de haven minder afhankelijk worden van enkel en alleen volumes, maar zijn pijlen meer richten op toegevoegde waarde en een duurzame verankering in internationale supply chains.
TC
Premium
Deze inhoud is enkel leesbaar voor ingelogde Value Chain abonnees.
Heeft u een abonnement op het Value Chain informatiepakket? Meldt u aan via onderstaande knop en lees het gewenste artikel of magazine online.