“ERP was nooit hightech, wel ‘high paid’”
Jan Baan koppelt bedrijven los van legacy
ERP-pionier Jan Baan pleit voor ontkoppeling: “De echte kracht van een oplossing schuilt niet in je backend, maar in je workflows.”
ERP was niets minder dan ‘the mother of all complexity’. Niet onze woorden, wel die van Jan Baan, in de jaren negentig van de vorige eeuw nochtans een van de sleutelfiguren in de ERP-sector. Vandaag pleit hij voor ontkoppeling, waarbij door agentic AI aangedreven microservices de dienst uitmaken. Toch moeten bedrijven hun ERP-systeem niet buitengooien. Het krijgt wel een heel andere rol.
Op 9 maart 2026 vierde Jan Baan zijn tachtigste verjaardag. De man heeft zijn pensioen intussen lang verdiend, zou je dan denken, zeker na zijn rijkgevulde, bij momenten turbulente carrière. Maar daar denkt hij zelf duidelijk anders over. Zo komt het dat hij een paar weken na zijn verjaardag vol vuur het publiek van Supply Chain Innovations 2026 stond toe te spreken. Niet om genoegzaam op de successen van de jaren negentig terug te blikken, trouwens. Want Baan mag dan gelden als een van de pioniers van ERP, hij begrijpt heel goed dat de wereld de voorbije decennia sterk is veranderd. En dus, stelt Jan Baan, kan ook de bedrijfssoftware niet achterblijven. Hij speelt op die vraag in met Rappit, tot 2024 actief als Vanenburg Software, een bedrijf dat tools voor applicatieontwikkeling aanbiedt.
Van MRP naar ERP
Maar laten we eerste even in de tijd teruggaan. De consensus is dat we de Lyons Electronic Office – begin de jaren vijftig – als de eerste computer voor bedrijfstoepassingen beschouwen. Je had er een hele kamer vol apparatuur voor nodig. In de jaren zestig bedacht Joseph Orlicky het concept van MRP (material requirements planning), waarvoor hij zich in ruime mate liet inspireren door hoe Toyota op dat moment werkte. Het was software die in de jaren zestig en zeventig typisch op IBM-mainframes draaide.
In de jaren tachtig evolueerde MRP naar MRP II. Achter de letters ging een andere uitleg schuil: manufacturing resource planning. Terwijl MRP zich uitsluitend op de planning van materialen en voorraad richtte, was het actieterrein van MRP II veel breder, met ook capaciteitsplanning van machines en medewerkers, financiële prognoses en simulaties. Dat systeem vervelde begin de jaren negentig tot ERP: enterprise resource planning. Het is het tijdperk waarin drie namen het mooie weer maakten: SAP, Baan en Oracle. Daarna kwamen het internet, naast nieuwe golven van digitalisering en automatisering, maar dat is een ander verhaal.
Big business
Het idee achter de ERP-systemen van de jaren negentig was dat één monolithische oplossing de complete werking van een onderneming kon omvatten. Het maakte ERP complex en duur, maar vooral ook ‘big business’. Het is de periode waarin het Duitse SAP uitgroeide tot de marktleider. De grote concurrent op dat moment was Baan Corporation, het bedrijf dat Jan Baan in 1978 had opgericht. Oracle had eerder naam gemaakt in de databasemarkt, maar mikte met Oracle Applications ook op ERP. Later zou het bedrijf concurrenten als JD Edwards en PeopleSoft overnemen. Microsoft was eind de jaren negentig nog niet op de ERP-markt te vinden. Dat zou pas na het jaar 2000 gebeuren, via de overname van bedrijven als Navision en Axapta.
Om maar te zeggen: in de jaren negentig was Baan een ongezien succesverhaal. Het bedrijf was een Europese ‘unicorn’, lang voor de term in gebruik raakte. In 1994 haalde Baan Boeing als klant binnen. Het bedrijf trok naar de Nasdaq en was op zijn hoogtepunt tien miljard dollar waard. Eind de jaren negentig trad Jan Baan terug als voorzitter. Het aandeel kende een spectaculaire koersval en het bedrijf kwam uiteindelijk eerst in handen van Invensys, later SSA en uiteindelijk Infor. Anno 2026 is het ERP-pakket Infor LN daarmee de opvolger van de oorspronkelijke Baan-software.
ERP doet alles
Die software ziet er vandaag compleet anders uit. Logisch, want sinds de jaren negentig is de wereld ingrijpend veranderd. Toen Baan zijn wellicht bekendste ERP-oplossing lanceerde – Baan-IV in 1996 – leverde dat een bijzonder ingewikkeld processchema op. “ERP was echt ‘the mother of all complexity’”, zegt Jan Baan daarover. Maar dat was tegelijk ook het hele idee. “ERP deed alles. Net daarom wonnen wij het contract voor Boeing, en niet SAP. We brachten 40.000 gebruikers onder op één ‘instance’ waar werkelijk alles gebeurde: ERP, WMS, noem maar op.”
Wie er een ‘magic quadrant’ van Gartner uit die periode op naslaat – toen nog aangeduid als ‘ERP Strategic Matrix’ – ziet dat het onderzoeksbureau Baan Company toen als de meest innovatieve partij erkende, voor SAP en Oracle. Maar, inderdaad, intussen zijn we wel dertig jaar verder. Dat maakt de vergelijking met vandaag heel moeilijk. “De ontwikkeling van de software gebeurde toen – in de jaren negentig – echt nog op ambachtelijke manier”, zegt Jan Baan. “Het was niet bepaald hightech, wel ‘high paid’.” Bovenal leverde het een oplossing op die niet meer relevant is voor de wereld van nu.
De best practice van de leverancier
“ERP-systemen waren in essentie transactionele systemen op een SQL-database”, zegt Jan Baan. Als je eenmaal een keuze had gemaakt voor een pakket, was ‘vendor lock-in’ je deel. “Uiteindelijk ging je aan de slag met de best practice van de leverancier.” Dat is nog iets anders dan het nastreven van de operationele uitmuntendheid van je eigen organisatie. “Bij legacy ERP zien we daardoor vaak dezelfde uitdagingen terugkeren. Het zijn rigide systemen, niet in staat tot een hoge graad van flexibiliteit. Vendor lock-in is heel vaak een reëel probleem.”
In de loop van de jaren hebben bedrijven bovendien vaak heel wat ‘work-arounds’ ontwikkeld, bedoeld om die rigiditeit te omzeilen. Maar dat levert doorgaans vooral extra manueel werk op – en de bijhorende frustratie. “Het gebrek aan aanpasbaarheid vormt zo uiteindelijk een hindernis voor dynamische processen.” Is het een idee, nu er steeds meer verhalen over softwareontwikkeling met generatieve AI de kop opsteken, om de gewenste aanpassingen alsnog via AI te realiseren? “Dat is eigenlijk gewoon levensgevaarlijk”, zegt Jan Baan. “Het gebruik van AI in die context is enkel een recept voor nog meer lock-in.”
AI kan de fundamentele productfouten uit die legacy ERP niet oplossen, zo blijkt. Die oude systemen zijn meestal ook gewoon te rigide om er AI op los te laten. Onder meer de datafragmentatie beperkt de effectiviteit van de gebruikte AI. Dan maar AI-functionaliteit toevoegen aan de legacy ERP? Ook dat is meestal zinloos, klinkt het.
Ontkoppeling
Wanneer Jan Baan vandaag over softwareontwikkeling praat, heeft hij het niet meer over de monolieten van weleer. Het kernwoord is ‘ontkoppeling’. Bedrijven die vandaag met ERP werken, hoeven dat systeem echter niet meteen buiten te gooien. “ERP kan best nog wel een jaar of tien mee”, zegt Jan Baan. Maar de rol van het systeem verandert ingrijpend. ERP is niet meer waar een bedrijf het verschil mee maakt.
In zijn nieuwe benadering geeft Jan Baan aan ERP de rol van het versterkte fort waar zich de statische SQL-data bevinden. ERP was altijd al grotendeels het werkterrein van de accountant, gefocust op accurate data. Dat blijft zo, maar het is niet waar een bedrijf waarde creëert. “Dat gebeurt buiten het fort, via een flexibele vloot van agentic AI microservices. Dat is waar de innovatie plaatsvindt. Dat is waar je je winst maakt. Het is je ‘secret sauce’, en die hou je best zo ver mogelijk weg van de softwareleveranciers waar je mee werkt.” Tussen die microservices en ERP in tekent Jan Baan daarom wat hij een ‘architectural guardrail’ noemt, om de integriteit van de data te beschermen.
Bevrijding van de bedrijfsprocessen
De essentie van de ontkoppeling zit in de microservices. Jan Baan heeft het in dat verband over ‘sovereign execution’. “Je houdt de echte intelligentie apart”, zegt hij. “Door de infrastructuur en de logica van elkaar los te koppelen, kom je pas echt tot wendbaarheid. Het is de ultieme bevrijding van je bedrijfsprocessen.” Het is een aanpak die ERP degradeert tot een kluis: niets meer dan een ‘system of record’, uitsluitend gebruikt voor de veilige opslag van statische data. Tussen de microservices en de ERP komt een semantische datalaag. Die vertaalt de ruwe, feitelijke data naar contextuele informatie, met behulp van toepassingen als BigQuery en Elastic Search.
“Als je alles ontkoppelt, kun je echt veel meer doen”, zegt Jan Baan. Hij schetst het huidige IT-landschap als een model met vijf lagen. Onderaan bevinden zich de ‘spieren’: energie, chips, cloud en AI. De toplaag is de ‘ziel’. Dat zijn de applicaties, de workflows, de unieke logica. De onderste vier lagen benader je volgens Jan Baan het best op een agnostische manier. Welk ‘merk’ van cloud of LLM je gebruikt, maakt op dat niveau in feite geen verschil. “Ontwikkeling met low code is een goed voorbeeld van die aanpak. Je kunt er veel mee doen, maar niet alles.” ‘Vibe coding’, waarbij je AI-modellen alle ontwikkeling laat uitwerken, is het andere uiterste. Het idee achter Rappit is om het beste van die twee werelden te combineren, om tot ‘enterprise-grade’ oplossingen te komen.
Modernisering van legacy
Zo wil Jan Baan een oplossing aanbieden die toelaat legacy op korte termijn te moderniseren: in weken en maanden in plaats van jaren. Die modernisering is noodzakelijk. Bedrijven zien zich vaak afgeremd door de legacy die ze in huis hebben. Die verhindert hen makkelijk te schalen, infrastructuur te hergebruiken of nieuwe technologie uit te rollen, zoals AI. Maar alles buitengooien en door een moderne oplossing vervangen, blijkt vaak een erg hoge drempel. Er hangen astronomische kosten en een lange doorlooptijd aan vast, naast enorme operationele risico’s.
De grootste bottleneck is wellicht nog dat die oefening heel wat manueel werk vraagt, met name op het vlak van ‘discovery’. Ontwikkelaars spenderen vaak erg veel tijd om via ‘reverse engineering’ te achterhalen hoe een niet-gedocumenteerde businesslogica in elkaar steekt. Net daar kan AI vandaag het verschil maken. “AI gaat op zoek naar de businessintenties van het systeem, niet zomaar de code”, klinkt het. “Dat brengt de doorlooptijd om een applicatieblauwdruk te ontwikkelen met vijftig tot zeventig procent terug. Iets wat vroeger maanden duurde, vraagt nu maar een paar weken. Het resultaat is kant-en-klare Java-code, waar je zelf de eigenaar van bent.”
Door de strot
De uitleg van Jan Baan toont aan hoe de klassieke manier van softwareontwikkeling langzaam verdwijnt. “Die evolutie is niet tegen te houden”, zegt hij. Tegelijk ziet hij de kansen die hieruit voortkomen. “De software groeit uit tot een essentieel onderdeel van de business. Tegelijk hoeven bedrijven hun zware investeringen in ERP van de voorbije jaren niet zomaar weg te gooien.” Gelukkig maar. “Want ja, ERP is de bedrijven destijds echt wel door de strot geduwd”, geeft Jan Baan toe. “Dat levert vandaag echter alleen maar een generiek product op.” Door ERP in de basis te behouden, maar losgekoppeld daarvan het verschil te maken met agentic AI microservices, slaagt een organisatie er opnieuw in haar ultieme doel na te streven: de business doen draaien. “De echte kracht schuilt namelijk niet in je backend, maar in je workflows.”
DVD
Premium
Deze inhoud is enkel leesbaar voor ingelogde Value Chain abonnees.
Heeft u een abonnement op het Value Chain informatiepakket? Meldt u aan via onderstaande knop en lees het gewenste artikel of magazine online.